Een in een kleilaag vastgegroeide groep in de samenleving voelt zich op een of andere manier steeds meer bedreigd. Dreiging ten aanzien van een mogelijk slinkende referentiegroep, daling van inkomen of het niet mee kunnen komen met het aanschaftempo van nieuwe gadgets. Wie zal het zeggen? Feit is dat er steeds scherpere grenzen van tolerantie ontstaan. Sexualiteit, huidskleur, afkomst; steeds meer ligt op de weegschaal. Wij versus zij.
Als je daarbij optelt dat we bijna gek worden van de steeds toenemende druk van het presteren op het werk en het tot grote hoogte groeien van ons ego in een sterk individualiserende samenleving, is het niet zo raar dat ongewenst gedrag ook doordringt binnen volkssport nummer één: het voetbal. Liefst twee keer per weekend, een keer bij de eigen vereniging en een keer tijdens het bezoek aan het stadion van de favoriete club, gaan we uit ons dak en laten we zoveel mogelijk remmen los. De tegenstander moet dood of wat denkt zo’n club wel dat ze míj teleur mogen stellen?
Misschien heeft het inderdaad een functie. Als de agressie ten aanzien van andersdenkenden of anderslijkenden er in een weekend niet uitgaat dan hebben we waarschijnlijk meer gevolgen in de samenleving. Er zullen wel studies over zijn.
Feit is dat ik vandaag vertrok naar een wedstrijd van mijn oudste zoon. Hij voelde zich niet prettig bij de sportieve ontmoeting op onbekend terrein. In een vorig treffen waren teamgenoten agressief benaderd en waren er racistische opmerkingen geplaatst. Twee seizoenen geleden stonden wij, als ouders, in aanvalsformatie opgesteld in een nauwe gang met kleedkamers. Om onze kinderen te beschermen tegen agressieve spelers van een andere thuispartij. Met die heftige ervaring in gedachten ging ik toch maar even kijken bij mijn zoon vandaag.
Het viel allemaal wel mee. Maar soms valt het niet mee. Dan lezen we daar de trieste berichten over, of zelfs overlijdensadvertenties. We spreken schande.
Prima, die strijd. Rivaliteit zit in mensen. Mooi om dat met een sport als voetbal te meten. Maar ergens onderweg is de grens gepasseerd. Je ziet het aan doorslaand oergedrag tegen de arbitrage, agressie van coaches onder elkaar en publiek dat oorlog en doodslag wenst. In een recent voetbalinterview was te horen dat de tegenstander handig gebruik had gemaakt van het moment dat het thuispubliek zich tegen de eigen club keerde.
Voetbal is een sport. Een mooie sport van twee teams met een bal, goals en scheidsrechters. Met teams ja, geen stammen, volkeren, sexen of geloofsstromingen. Wen eraan. En hoewel alles verandert, laten we het voetbal echter niet veranderen in een soort vechtsport, daar zijn er volgens mij wel genoeg van. Tegenstander, arbitrage en ja, ook de eigen club, zijn nodig om het spel te spelen en u ervan te laten genieten. Denk er even aan, de volgende keer dat u zichzelf verliest. En o ja, blijf anders lekker weg.