Home » Schrijven » Mensen » Held

Held

In de krioelende massa, waarin iedereen een opgelegd heenkomen zocht in de ochtendspits, viel ze op een recht stuk fietspad zomaar van de fiets. Ik stond op grote afstand en zag niet precies waarom ze viel. Ze was nog erg jong, een kind dat nog niet de ingeslepen routine had zich doelmatig voort te bewegen om een aanwezigheidsverplichting te halen, maar zich meer nieuwsgierig om zich heen kijkend voortbewoog en zodoende niet goed stuurde. Maar misschien was het een steentje onder de band.

Het huilen kon ik, ondanks de afstand, goed horen. Een tegemoetfietsende man gooide zijn fiets aan de kant en liep op het meisje af. Het meisje had veel pijn en huilde hevig. Hij hield haar vast tegen de dikke winterjas. Ik versnelde mijn pas, om te kijken of ik iets kon doen. Gedurende mijn hobbelige voortgang troostte de man het meisje.

Toen ik er bijna was snelde een vrouw zonder jas mij voorbij. Ze had haar mobiel nog in haar hand. Kennelijk was het onder het troosten door gelukt om moeder te bellen. Toen ik vlakbij het drietal was nam de man net afscheid. Moeder liep weg met kind en hij pakte zijn fiets, schopte even wat modder van het pedaal en fietste verder. Toen hij vlak langs me reed groette ik hem. Maar hij hoorde me niet, want hij raasde verder naar een opgelegd heenkomen.

Held.