De man aan de deur was nogal grof uitgevallen. Hij kwam ook werk doen in het huis dat te grof was voor mij. Hij torende boven mij uit. Hij had een kaaklijn waar je vlees mee kon snijden en jatten met veel eelt. Hij gaf er een aan mij die ik drukte. Zijn huid voelde als schuurpapier en de handdruk voelde ik een kwartier later nog.
Ik gaf hem koffie. Hij zag mijn trainersshirt en stak van wal over het alom geliefde onderwerp voetbal. Hij verhaalde wel in de wat meer martiale trend, die je helaas ook vaker tegenkomt. Strijd, mannen die aan andere mannen vertelden waar het op stond, overtredingen en kutscheidsrechters. Ik hoorde hem maar wat aan en was blij dat ik geen scheidsrechter was in zijn bijzijn.
Hij voelde het aan. Hij keek wat naar me en volgens mij viel ik niet helemaal in het goede bakje. Toen ik ook nog zei dat het amateurvoetbal drijft op vrijwilligers nam hij de laatste slok koffie en zei: ‘We gaan maar es eem aan de slag.’
Maar van samenwerken was geen sprake. Hij ging zeer zweterig aan het werk met een sloophamer en brokken beton. Het huis was spoedig gehuld in een grijze nevel en de buurman kwam eens aandribbelen om te kijken wat er loos was.
Het was maar zo klaar, werk waar ik een maand over zou doen had deze kerel in twee uur gedaan. Uit de tas kwam een homp brood en met nieuwe koffie nam hij weer het woord. Met harde stem kreeg de politiek er van langs in hoekige, vrij lompe bewoordingen. Grote hompen brood verdwenen in zijn mond terwijl hij sprak. Ik word altijd wat nerveus van dit soort granieten kerels en schoof onrustig op de stoel heen en weer. Ik vroeg maar eens: ‘Doe je dit werk al lang?’
Hij spoelde het laatste voedsel weg en zei: ‘Niet zo lang. Ik werkte eerst voor mezelf. Maar ik was toen veel van huis en ik werkte veel in het weekend. Ook ‘s avonds wel veel hoor. Maar ik heb ook een dochter.’
Dat woord ‘dochter’ liet hij los als een witte duif in de nog resterende betonnevel. Ik keek hem met open mond aan.
‘Ik wil betrokken zijn,’ zei hij, nog steeds zonder het harde, raspende stemgeluid van daarvoor, ‘daarom werk ik nu bij een baas en ben ik op tijd thuis om mee te gaan naar het voetbal. In het weekend doen we veel samen.’ Hij keek heel lief.
Maar dat duurde niet lang. Hij greep zijn spullen bij elkaar met veel lawaai, gromde nog wat over de rekening en gaf me weer een krachtige eeltafdruk. Hij was weg eer ik er erg in had. Ik keek hem na. Een lompe kerel, tegen veel mensen en dingen, maar hij koos voor zijn dochter. Ik vond hem toch een held.
Hey carrièretijger, ga wat leuks doen met je kids. Voordat het eelt op je ziel zit.