De ijle wind verzilt de ogen
Het oude riet wuift doelloos mee
Het meer stroomt tot aan de zee
en het land is zonder mededogen
Winters is de grijze kilte
‘t Leven zit diep in de grond
naast alles dat ‘n einde vond
Maar bovenal is er de stilte
Vanuit de diepten, vrij in zicht
stuwend, zij het sterk noch zwak
loom zwevend naar het oppervlak
komt, innig dan, de golf van licht
En later dan de nieuwe dag begon
met de dageraad in kleurenpracht
zoekend naar hernieuwde kracht
is daar het land, badend in de zon
Ter nagedachtenis van Bauke Minkes
(08/04/1942 – 20/01/2023)